top of page
Zoeken
  • Raf

Zomer 23

Bijgewerkt op: 1 sep. 2023

Proloog: Wass sein soll, wird sein

Plots sprak ze Duits, ergens in die laatste week. Was sein soll, wird sein.

Dat was niet alleen opmerkelijk omdat ze een andere taal gebruikte maar ook omdat er weer een paar samenhangende zinnen uit haar mond rolden. De weken daarvoor sprak ze erg onsamenhangend, vreemde niet bestaande woorden, er was nauwelijks nog een touw aan vast te knopen.

Maar Duits? Herinnerde ze zich Oma, haar moeder, geboren en getogen Op de Locht Kerkrade tegen de Duitse grens aan? Of sprak ze met tante Sigrid, echtgenote van haar broer Antoine, Duits, huisarts, een vrouw die ma hoog had zitten en met wie ze veel en vaak sprak over religie, filosofie en andere grote levenszaken.


Zelf had ze ook wel willen studeren, maar Was sein soll, wird sein.

Ma ging de verpleging in. Een beroep dat perfect aansloot op haar zorgzame en gedecideerde karakter, een roeping bijna. Hoofdwacht op Afdeling B1 Sint Gregorius ziekenhuis Brunssum, afwisselend een week ochtend- en een week avonddienst. Wat heeft ze daar kilometers gemaakt, rennend letterlijk, maar ook altijd tijd voor een troostend woord of helende hand. Een geboren verzorger voor Pap, voor ons de kinderen, en voor alle kleinkinderen.

Maar ook voor haar eigen vader en moeder, onze Opa en Oma.


Toen het ouderlijk huis aan de Julianastraat bijna leeggelopen was omdat iedereen zijn of haar eigen plekje gevonden had, werd het veel te groot voor Opa en Oma. Pap en Mam die net na hun huwelijk uitgevlogen waren naar een flatje in Brunssum Noord kregen het aanbod om het huis over te kopen, met inbegrip van Opa en Oma, die zich natuurlijk geen betere en zorgzamere koper konden wensen. Opa en Oma verhuisden een verdieping omhoog. Wij woonden beneden, Pap en Mam en Lia sliepen op de midden etage naast Opa en Oma en Edith en ik sliepen op zolder. Andere tijden.

Zo bleef het ouderlijk huis in de familie. En zo bleef de hele familie Kisters (zes zussen en drie broers) naar het ouderlijk huis komen om verjaardagen en feestdagen te vieren. Hoe vaak was de huiskamer niet vol, met alle tantes en ooms, hun aanhang, neven en nichten en hún aanhang, werd er gegeten en gedronken, en gerookt, verhalen verteld en herhaald, gelachen en gekaart. Ma was dan altijd in de weer, ma genoot, als gastvrouw, al kokend, bakkend, borden en glazen bijvullend.


Ook toen Opa dement werd. Opa kon nog lang thuisblijven omdat Pap en Mam er waren, om opa en oma te helpen en te ondersteunen. Wij waren nog erg jong en hebben die periode niet zo intens beleefd, maar voor Ma moet het bijzonder zwaar geweest zijn. Achteraf toen Opa al was gestorven werden de kapriolen van Opa op ieder familiefeest uitbundig opgedist en werd er gelachen om hoe hij als de strenge doch rechtvaardige politieman die hij vroeger was, zijn zoons, mijn vader en alle schoonbroers eens tijdens zo’n familiefeest commandeerde in het gelid te springen, te salueren en door de kamer te marcheren. Zo waren er talrijke verhalen en wat hebben we erom gelachen, dat kon, en mocht ook, toen.


Mam was de stuwende kracht thuis. Soms streng, consequent en altijd rechtvaardig. Lief, zorgzaam, geduldig, altijd geïnteresseerd in andere mensen en andere culturen en religies. De katholieke kerk had voor haar afgedaan met de komst van Bisschop Gijsen en zijn conservatieve hervormingen. Ze las veel, over de Islam, over Jodendom, over het Christelijke geloof. En vandaaruit, van uit de levensprincipes, de onderliggende normen en waarden die in alle drie die religies gewoon hetzelfde zijn, schreef ze ieder jaar een kerstverhaal dat ze zelf oplas tijdens de Kerstviering van het seniorenorkest waar Pap op de klarinet zijn toontjes meeblies. Vaak gewaagd en op het randje, maar ze deed het en werd niet zelden overladen met complimenten na afloop.


De Kerst bij ons thuis stond ieder jaar opnieuw in het teken van haar Bief Stroganoff. Ze had haar handgekrabbelde recept dat ieder jaar resulteerde in het uitbundige hoofdgerecht van medium gebakken biefstuk (uiteraard van Slagerij Houben), kommen vol zelfgemaakte stroganoff-saus met net voldoende wodka en madeirasaus, niet teveel en niet te weinig, pas op dat luistert nauw, geflankeerd door haricots verts ingerold in een plakje spek, bloemkool en ja hoor ook nog spruitjes, aardappelkroketjes én pommes duchesse en natuurlijk een paar gekookte aardappelen voor pap, een schaal zelfgemaakte appelmoes en een kom perziken in sap.

Pa zorgde voor een paar goede flessen wijn en de omlijstende klassieke kerstmuziek. En naarmate de familie groeide door aanhang, werd de tafel uitgeklapt en zaten we uiteindelijk met een man of 11 aan tafel. Nou ja, wij zaten, Ma rende natuurlijk continu heen en weer tussen keuken en eetkamer.


Aan dat alles kwam een einde toen Pap een jaar of 8 geleden dement werd. Er kwamen geen gekke fratsen waar je mooie verhalen van kon maken, zoals bij Opa. Er werd niet gelachen. Het was intriest. Wat heeft Mam toen ook weer doorgepakt, niet zeuren, nooit zeuren, wat moet dat moet. Ze bleef Pap verzorgen totdat het echt niet meer kon. Wat heeft het haar verdriet gedaan toen ze hem uit huis moest laten gaan. Zij als echtgenote én als geschoold verpleegster (in ruste weliswaar maar toch), kon dat maar niet verkroppen.

Niet lang nadat Pa overleden was, na een gelukkig niet al te lange periode in het verzorgingshuis Louise, begon het bij Ma ook. Verward, vergeetachtig. Wat moet dat erg geweest zijn. Te weten, want reken maar dat ze dat wist, wat haar te wachten stond. Nooit heeft ze geklaagd. Altijd doorgaan, wat komt dat komt. Ook altijd lief. Lief voor iedereen, voor de poetsvrouw, wat had ze een lol met Bea, voor de thuiszorg, Carin, voor de maaltijdbezorger, voor iedereen.


Uit huis wilde ze niet. Voor geen goud. Het huis waarin ze inmiddels meer dan 80 jaar gewoond en geleefd had. Uiteindelijk kon het niet anders. Ook zij ging naar Louise. Wij haalden met heel veel pijn en moeite het meisje uit het huis maar nooit, nóóit is het huis uit het meisje gehaald.

En ook in Louise was ze zorgzaam en behulpzaam, wilde altijd mee de tafel dekken of afruimen, als ze maar nuttig kon zijn. En nog steeds lief, lief voor iedereen, voor verzorgers en verzorgsters, voor de mede-huisgenoten.

Maar aan het eind van iedere dag wilde ze terug naar huis, naar Pap en Mam. Want daar moest ze voor zorgen. Wisten die wel waar zij was, die maakten zich vast zorgen. Nee ze moest snel naar de Julianastraat 27.


Het was geen mooie tijd. Iedere keer ging ik met een knoop in mijn maag erheen en met een traan in mijn ogen weer naar huis. Bladerend door fotoboeken herkende ze Pa niet meer, haar broers Toine, Piet en Jo, die al veel eerder overleden waren, kende ze niet. En op een gegeven moment herkende ze ook ons niet meer. Niemand meer, behalve de verzorgsters die ze iedere dag zag én … haar zussen. Altijd wees ze op de foto’s die op de kast stonden, van haar omringd met haar zussen en dan noemde ze ieder bij naam: Fien, Mia, Annie, Lies, Lieke.


Een dikke week voor ze stierf werd ze heel onrustig, verward, angstig. Dat duurde een dag, toen daalde er een serene rust in haar. Fysiek zwak, heel veel slapen, ook overdag de ogen dicht, een vredige glimlach. Zodra je over haar hand of arm aaide, gingen de ogen open en lachte ze, zo lief.

Onze vakantie was aanstaande en lang hebben we getwijfeld, wel of niet gaan. Afgelopen maandag was ik met mijn gezinnetje nog bij haar en leek het beter te gaan. Ze leefde iets op, Reina en Rosa stemden haar ook nu weer vrolijk, al bleven de ogen lang dicht.

“Heb ik het goed gedaan?”, vroeg ze me plots op een helder moment.

“Je was de beste”, antwoordde ik.

“En ik?”, vroeg ik er direct achteraan, snakkend naar een laatste pluimpje.

“Jij ook” en ze knipoogde warempel, lachte weer zo lief en sloot haar ogen.


Dinsdag tegen het middaguur, wij al op weg in Frankrijk, floot ze ons terug.

Edith en Lia waren aan het werk.

In het gezelschap van haar geliefde zussen die net op bezoek waren, blies ze haar laatste adem uit.

Was sein soll, wird sein…


Ma - Maastricht- Marrakesh

Nadat we dus ommekeer moesten maken, al bijna bij Metz, en het eerste verdriet verwerkt hadden was Rosa bij thuiskomst nog steeds een beetje teleurgesteld en boos dat de vakantie niet doorging. Ze zat bij Petra op de schoot en terwijl ik alweer op het punt stond door te rijden naar Brunssum, hoorde ik haar de nu al memorabele oproep doen: "OK Mama, maar dan moet je me wel beloven dat als ik later kinderen heb en jij Oma bent, dat je dan niet doodgaat in de vakantie maar als mijn kinderen gewoon op school zijn."

Er volgde een hectische week waarin ik samen met mijn zusjes de crematie van onze moeder moest regelen en met Petra moest zien nog iets van onze vakantie te maken. Waar het met de crematie op rolletjes liep vlotte het met de vakantie voor geen meter.

Onze week in de Cevennen moesten we annuleren. Gelukkig was Madame meelevend waardoor ze ons verblijf bij haar graag naar een week in de meivakantie verplaatste.

Booking.com werkte niet zo soepel mee met een mogelijke verplaatsing van onze overnachting onderweg Chez Saliha & Serge. Dat betrof echter één nacht, financieel te overzien.

Maar we hikten er tegenaan om voor slechts een weekje helemaal naar Borio de Roques in de Haute Languedoc te rijden. Marc en Jela als connaisseurs van de mooiste Franse campingplekjes zochten driftig online mee naar mooie plekjes in midden Frankrijk om er nog een paar dagen aan vast te kunnen plakken. Maar alles zat of vol of ze namen slechts boekingen aan van zaterdag tot zaterdag. Net toen we de hoop bijna opgegeven hadden dacht ik, laten we camping Borio eens vragen of er wellicht een kansje was dat wij iets langer zouden kunnen blijven. En tot onze verassing liet Berend binnen 5 minuutjes weten dat we 10 dagen konden blijven zowaar in dezelfde lodge. Een gat in de lucht sprongen we.

En toen Saliha ons zondagavond liet weten dat we ondanks het gedoe met Booking, maandag van harte welkom waren bij hun, besloten we om maandag direct na de koffietafel te vertrekken.


We kleedden ons snel om. De tassen die we niet uitgepakt hadden een week geleden, smeten we de auto in en rond 1530 uur zetten we opnieuw koers naar Frankrijk.

Met Petra achter het stuur mocht ik vele mooie dankbare appjes en herinneringen van familie en vrienden ontvangen en kon ik mijn emoties verwerken.

Letterlijk (zou Reina zeggen, want in haar vocabulaire neemt letterlijk tegenwoordig een prominente plaats in) klaarde mijn gemoed op met de kilometer. Bij het keerpunt vorige week in de buurt van het ook nu weer mistroostige Thionville, gaven we elkaar een high five.

Tegen achten arriveerden we Chez Saliha & Serge. Saliha verwelkomde en condoleerde ons. Ze had na een twee uur durende discussie mét Booking.com over 80 cent eindelijk ons geld van de boeking vorige week ontvangen en was blij dat ze ons alsnog -een week later- mocht verwelkomen. Trots presenteerde ze ons hun B&B inclusief een groot gegraven gat in de gigantische tuin voor het zwembad dat helaas niet verder aangelegd mocht worden vanwege het watertekort in de regio.

Saliha is Marrokaans, ze had haar vader verloren tijdens COVID waardoor haar moeder nu alleen in Marrakesh woont. Door de tegenslag met het zwembad, de Franse bureaucratie en omdat haar moeder moederziel alleen in Marrakesh zit, denken ze erover te verhuizen naar Marrakesh en daar een B&B te beginnen. Ze heeft ons emailadres voor wanneer het zover is.

Voor nu reserveerde ze een tafel bij restaurant Nimf, een stukje verderop au bord de la Saône, waar we gelukkig nog net, het liep al tegen negenen, terecht konden. Op het terras met uitzicht op de rivier, gefrituurde visjes en een fles wit op tafel, toostten we op Ma en alle spanning en druk van de afgelopen week gleed van ons af zo de Saône in.




Lamarche-sur-Saône - Borio

Entree Serge. Een hartelijke kerel. Hij condoleerde ons de volgende ochtend aan de ontbijttafel oprecht. Niet het veelal obligate met oprechte deelneming maar letterlijk oprecht en geïnteresseerd. Hij nam me mee naar de keuken waar een foto van zijn moeder aan de muur hing. 91 jaar oud geworden zei hij, een mooi lang leven maar tijdens dat lange leven wel afscheid moeten nemen van 5 van haar kinderen, "ça ce n'est pas rien."

Tijdens het ontbijt is het heerlijk om Petra haar Frans te horen ophalen. Er vliegen mooie verhalen over tafel. Serge vertelt over zijn ervaringen als VN-Blauwhelm over de hele wereld waardoor hij let wel met 36 al met pensioen kon. Met trots vertelt hij over zijn nieuwe passies de Franse keuken én de Marokkaanse: "après la cuisine Francaise, la meilleure du monde".

Entree Leo. Een heerlijk kereltje. 7 jaar, rondrennend in Rosa jaloersmakende PSG-kleding. Het duurde niet lang voordat de taalbarrière geslecht werd. Ze showden elkaar trots de scoringsposes van Mbappe en Ronaldo, werden vrienden in Roblox, waarna ze uiteindelijk met bal de tuin in renden.

Wij pakten ondertussen weer in. Met de belofte dat we zodra Saliha & Serge openen in Marrakesh, we elkaar weer zien, lieten we de regen achter ons.

Toch worden we een paar uur later ook bij Borio de Roque in de Haute Languedoc weer verwelkomd met een buitje. We kletsen bij met campinghouders Berend en Cora, 4 jaar geleden waren we ook al eens bij hen te gast.

Het zonnetje keert terug. Onze safarilodge Acacia staat te wachten. De meiden trekken hun zwemkleding aan en spurten naar het zwembad.

Na een pasta di pappi, liggen we allemaal doodmoe om 2130 uur in bed.



Hollandse enclave

Ja hoor, rondom het zwembad alleen maar Hollanders. Nee wacht, wat hoor ik, ook een Franse familie gelukkig.

Al snel leren Reina en Rosa aan de rand van het zwembad Kiedes en Boet kennen, Noor en Siem. De kinderen komen het water niet meer uit waardoor Petra en ik alleen lunchen.

Terug aan het zwembad leren we ook papa Roel en mama Amarens kennen. Rosa en Boet (net 6) zijn inmiddels dikke maatjes evenals Reina en Kiedes (9), die om 1500 uur samen de paarden gaan borstelen.

Roel en Amarens blijken zowat buren te zijn van Miep en Herwin in Amsterdam-Noord. Ze bekennen een beetje teleurgesteld te zijn in de Hollandse enclave op deze camping. Iets dat wij vier jaar geleden, toen we voor het eerst deze camping bezochten, ook voelden maar dat we terzijde hebben geschoven omdat het desondanks een prachtige plek in de natuur is en de kinderen snel contact maken.

"In de Cevennen voel ik tenminste dat ik in authentiek Frankrijk ben, voor zover dat überhaupt bestaat", zegt Roel. En ja, ook dat zijn we eens want we hadden precies daarom een week Cevennen geboekt en een weekje hier. Ik vertel het hele verhaal van het overlijden van mijn moeder en onze omgegooide vakantie. Het blijkt dat ook Amarens haar vader, 3 jaar geleden, heeft verloren aan dementie. Het is allemaal zo herkenbaar. Ik haal een paar pilsjes uit onze koelkast want we hebben inmiddels heel wat te toosten.



Roquebrun

Het klimaat hebben we aardig verkloot, maar aan het weer kunnen we nog steeds niets veranderen. Dus toen de iPhone voorspelde dat het vandaag winderig en niet al te warm zou worden, zocht Petra ons heil elders. Ze vond Roquebrun. Niet alleen een van de meest pittoreske plaatsjes in Zuid-Frankrijk maar ook met een eigen microklimaat waardoor het daar vandaag zonnig en 5 graden warmer beloofde te worden, met een strandje aan de oever van de Orb en dat alles op niet meer dan drie kwartiertjes rijden.

Roquebrun maakte de belofte volledig waar. Het strand, kiezels, strekte zich uit langs de Orb van de Romeinse brug aan de ene kant van het dorp tot aan de watervalletjes aan de andere kant. Aangenaam van temperatuur waardoor Rosa en ik al snel als twee zalmforelletjes tegen de stroom inzwommen. Zwemmen betekende hier ook veel klauteren over stenen en gladde rotsblokken dus Roos was in haar element. "Superspannend pap" om de kleine waterval omhoog te klimmen. Aan de bovenkant van het watervalletje kwamen we in rustiger zwemwater. En even verderop was er een groot ingedamd bassin, ideaal voor onze twee minder avontuurlijke zwemmers.

Zittend op onze matjes op de keien genoten we de lunch omhoog kijkend naar het prachtige geelbruine dorp en het omlijstende groen. Een hoge burchttoren stak daar nog weer fier bovenuit. Louter Franse families om ons heen vervolmaakten het plaatje.

Fijn dat ze nog bestaan, dit soort pareltjes. Niet verpest door commercie en massatoerisme en met een nog niet door ons verkloot klimaat.



Herfst

Je hoort de valwind aankomen. Van de bergtop bulderend als een lawine over de bomen richting onze lodgetent. De spanbanden ratelen en het houten skelet kraakt maar houdt het iedere keer als de wind op het dak neerkwakt.

Het zal de beruchte Tramontana zijn. De noordenwind die met windvlagen van wel 150 km per uur van over de bergen komt aangeraasd. Volgens de inwoners van de Languedoc waait de Tramontana-wind steeds in een veelvoud van drie dagen waarna mooi weer volgt. Laat ik me daar maar aan vasthouden en ondertussen zorgen dat we niet de kluts kwijtraken want dat schijnt een mogelijke consequentie te zijn van te lange blootstelling aan deze heftige wind.

Regendruppels op het zeil horen vallen hoort bij de charme van kamperen. Een regendag zit er altijd wel tussen. Maar wij hebben genoeg regen gezien de laatste weken. De tijd is te kort en kostbaar om te laten verdruppelen, zeker met de herfst al snel weer in aantocht.

"Het schijnt nog wel zomer te zijn in Serignan-Plage", zei Petra die ons heil alweer elders zocht.

Onze nieuwe vrienden gaan ook mee. Rosa stapt bij Boet in de auto en Kiedes rijdt met ons mee. Een heel andere, rustigere dynamiek op de achterbank.

Na een klein uurtje is het dan wel wat warmer en droog aan zee maar de wind blijft ons zandstralen. De azuurblauwe Mediterranee was gelukkig fijn op temperatuur om af te spoelen.

Tegen de avond arriveerden we terug op de camping met last minute boodschappen voor een volle tafel voor acht. De wind kwakte nog steeds met vlagen op de tent en lege glazen waaiden om. Die moesten dus gevuld blijven.



Young Rascals

Heeft Rosa een punani, vroeg Boet aan zijn vader.

Hij snapt het nog niet helemaal. Is Roos nou een jongen of meisje? Rosa had al tegen Amarens gezegd dat ze ook Moos heette.

(Een tijdje terug vroeg ze ons waarom ze Rosa heette en niet Moos, die naam vond ze eigenlijk veel leuker. Of Bromo. Bromo? Ja dat is van Bro van yo bro en Moos: Bromo. Ik vond het wel geinig gevonden net als dat josje (lees Josje en de Oupa Loupas)).

Boet vroeg het omdat ze al spelend allebei moesten plassen. Boet doet dat dan gewoon tegen een boom maar Roos wilde dat niet en kwam even in onze tent -inclusief douche/toilet- plassen.

Waarom plast Rosa niet gewoon ook buiten?

Zelf heeft ie net geleerd te plassen zonder luier.

"Hij spettert nog alle kanten op, want hij wipt hem eruit en laat hem dan met losse handen de vrije loop", zei Roel gisteravond.

De twee zijn onafscheidelijk. Lekker buiten spelend op het vlot aan het meertje. Ze voeren de varkens de kontjes van de flutes. Of ze zoeken mooie stenen die ze uit de grond loswrikken. De zo verzamelde stenen begraven ze vervolgens op een geheim plekje.

Ook andere spullen hoor Papa, riep Moos voordat ze de trap van ons terras afstormden de volgende ochtend.

En met Reina die met Kiedes naar de paarden draafde, waren de kinderen het huis uit.

Petra en ik zaten even later naast de tent in de zon uit de wind met een boek. Een onverwacht genoegen niet alleen omdat deze rust ons plots gegund was maar ook omdat de weersvoorspellingen wolken en wind aangaven.


Een dikke vier jaar lang hing er een wolk boven alles wat ik deed of voelde. Mijn moeder zo te zien aftakelen, nadat ik mijn vader daarvoor op eenzelfde manier maar in een kortere tijdspanne zag heengaan, maakte dat ik veel zat te piekeren.

De pandemie, de constante stroom nieuws over de oorlog, de klimaatellende bedrukten me. Ik weet het, ik moet me geen zorgen maken over zaken waar ik zelf niets of nauwelijks iets aan kan veranderen, maar de aard van mijn beestje maakt dat lastig te verteren.

Het kortzichtige kapitalistische kabinetsbeleid ergerde me. Wanneer gaan we onze maatschappij nu eindelijk eens op een meer humane basis vormgeven?

Ook het ouder worden, bijna 60, viel me zwaar. Kleine fysieke ongemakjes, het mag eigenlijk geen naam hebben, maar toch. Het besef dat ik de eerstvolgende ben.

Pluk de dag, nam ik me daar op dat moment voor, geniet van ieder moment en kijk niet te ver vooruit. Wass sein soll, wird sein, acceptatie geeft rust.

En dankzij het aanstekelijke, jeugdige joie de vivre van de bende van vier trok ik een uurtje later de zwembroek aan toen Reina kwam vragen of ik mee naar het zwembad ging.


Die avond gingen we naar Olargues, op zoektocht naar "de vriend van Rosa".

Vier jaar geleden slenterden we door dit pareltje. Dorstig belandden we in een cafeetje. We waren de enige gasten. Een lieve oudere man bediende ons. Rosa, toen drie jaar, had gelijk een klik met hem. Al snel zat ze bij hem op de schoot en bij het afscheid gaf ze hem een dikke kus. En als je Rosa een beetje kent, weet je dat ze dat echt niet bij iedereen doet.

Ik had me voorgenomen om het cafeetje te bezoeken om te zien of Rosa's vriend er nog was. We hadden de foto’s die we destijds hadden genomen van de twee op de iPhone en Rosa had een mooie zelf opgegraven steen meegenomen als cadeau.

Helaas. Gesloten. Een briefje op de deur: na 36 jaar trouwe en plezierige dienst ben ik 29 juli met pensioen gegaan. We waren verdorie een weekje te laat! Rosa was ontroostbaar.

Terwijl we overwogen wat te doen, kwam de kapper tegenover het cafeetje gapend buiten op de vensterbank van zijn zaak zitten. We stapten op hem af of hij misschien de mijnheer kende en lieten de foto's zien.

"Ah ja dat is Johnny, niet de eigenaar maar hij werkte er inderdaad jarenlang. Johnny Aissa. Woont nu geloof ik in Trivale, 5 km verderop."

Natuurlijk wilde Rosa nu naar Trivale maar eigenlijk klikte het ook wel met de kapper. 84 jaar, vertelde hij en knipte zelf niet meer. Zijn zoon had de zaak overgenomen. Hij genoot ook zijn pensioen en de aandacht van Rosa. Met alle plezier poseerden ze even later samen. En zo heeft Rosa nu een nieuwe vriend met wie we afspraken dat hij er over vier jaar wel nog moet zijn. Hij zou zijn best doen, maar "allez, 84!"

Diezelfde dag vier jaar geleden genoten we een heerlijk diner bij restaurant l’Ecole. Niet alleen het prachtige panorama op Olargues buiten op het terras, maar met name de appetit die Reina en Rosa toen hadden.

En ja hoor, op datzelfde terras aan hetzelfde tafeltje slurpten de dames hun spaghetti bolognese -deze keer met vegetarisch gehakt- verlekkerd hun mondjes in. Het prachtige uitzicht op het middeleeuws dorpje doet ons aan elkaar beloven dat we hier om de vier jaar terugkomen. Om Rosa’s nieuwe vriend op te zoeken of om nieuwe vrienden te maken en om aansluitend hier op ditzelfde terras aan ditzelfde tafeltje spaghetti bolognese te smullen.

Ook precies ditzelfde weekend, zeiden we even later, want dan is er het jaarlijkse Festibaloche, een muziek- en foodfestival op het dorpsplein.

Vanavond swingde het hele plein op de hot jazz en swing van de verassend goede You Rascal Band. Kiedes en Boet waren er ook en al snel dansten onze boefjes vrolijk mee.

Ik telde mijn zegeningen me swingend een weg banend door de dansende menigte richting buffet.



De helft

Iedere ochtend kruipt Reina, als eerste wakker, bij ons in bed. Dan kriebelen we woordjes op onze ruggen als “honger” en “stokbrood”. Niet veel later gaat ze, de avond daarvoor bestelde, flutes halen en deze zondagochtend precies op de helft van onze Franse vakantie speelt ze restaurantje op ons terras.

"Bonjour, welkom in het restaurant La Reine. Ik ben Sanne. heeft u gereserveerd? Meijers? Tafel voor vier? Ja, mooi zo komt u maar binnen. Kijk eens hier kunt u zitten. Wat wenst u te eten? Brood of yoghurt? Koffie? Komt eraan mijnheer. Komen de andere ook nog? Uw dochters slapen nog? Ah maar kijk is dat uw dochter?"

En ze snelt de tent in en komt als Reina weer naar buiten. Als wij Reina goedemorgen wensen en vragen of zij haar ontbijtwensen zou willen doorgeven aan Sanne wordt het steeds lastiger om in de juiste rol te blijven. Maar beiden geven niet op.

"Zeg Sanne", zeg ik, "wat staat er vanavond op het menu? Ik denk dat we graag terugkomen."

"Oh ja natuurlijk! We hebben van alles. Bent u vegetarisch?"

"Nee wij niet maar onze dochter Reina wel."

Af Sanne, op Reina. Ze legt uit aan Sanne "die er eigenlijk dus wel gewoon nog staat hè Pap", dat ze letterlijk vegetarisch is voor hamburgers, gehakt en frikandellen.

Af Reina, op Sanne.

"Dat kan, natuurlijk, geen probleem."

We bestellen confit de canard met rijst en groenten en voor Reina iets met kip.

"Afrekenen kan vanavond", zegt Sanne en ze zwaait ons uit. "Maar jullie moeten wel zelf boodschappen gaan doen, dat doet het restaurant helaas niet".


En zo zijn we inmiddels op de helft van de zes weken zomervakantie. Een zomervakantie die vooralsnog heel anders uitpakte dan we gepland hadden. Maar hier vandaag, een hele dag op en rond de camping, lezen, wandelen, zwemmen en lekker eten had ik me wel bedacht. En morgen gun ik ons nog zo’n dag.



De wind is weg

Het was tegen zessen toen ik wakker werd. Zowaar doorgeslapen. Geen klapperend tentzeil, geen geraas door de boomtakken. Heerlijk rustig, de wind was weg. Er waren inderdaad drie dagen voorbij. In het vertrouwen dat er nu dus een periode van mooi weer volgt, leegde ik mijn blaas en kroop terug het bed in.

In mijn stoeltje naast de tent in de zon lezend genoot ik een uurtje of drie later van de ochtendrust. Op de achtergrond vanuit de tent hoorde ik Petra Rosa voorlezen, die als gebruikelijk de tijd neemt om wakker te worden. Reina is al door Belgische bijdehandje Babette opgehaald nadat die nog snel een boterhammetje had meegegeten in het restaurantje van Sanne.

Tegen 1100 uur appte ik mijn zusjes. Precies een week geleden namen we afscheid van onze moeder. Nog steeds mistroostig weer in Nederland met een nieuw kouderecord gisteren. Het gemis en de leegte doen zich voelen in de routine van het dagelijks leventje, beiden zijn aan het werk. Dat is voor mij anders.

Ons snelle vertrek en het feit dat hier niets aan Ma herinnert natuurlijk, maakt dat het allemaal nog steeds wat onwerkelijk voelt als ik eraan denk. Alles is zo anders dan een week geleden. Het contrast kan niet groter zijn. De donkere wolken, het verdriet, het vele geregel een week geleden. De zon, de rust, het andere levensritme hier en nu, geven licht, lucht en nieuwe energie. Het thuiskomen straks zal anders zijn. En dan zal het gemis zich meer doen voelen vermoed ik. Geen wekelijkse bezoekjes op de woensdag meer, geen wandelingen langs de vijver, geen gesprekjes hoe onsamenhangend ook.

Toch kijk ik nog steeds met voldoening en ook verwondering terug op die laatste dagen. Wat is er gebeurd met Ma vanaf die laatste wandeling langs de vijver waarop ze steeds maar terug wilde naar het verpleeghuis want er wachtte iemand op haar? Wie of wat werd maar niet duidelijk. Een paar dagen later leek ze ziek te worden, ijskoud en lijkbleek. En een dag daar weer na en de laatste daaropvolgende dagen, lag ze eigenlijk alleen nog maar in bed of in de stoel met gesloten ogen en een vredige haast gelukzalige glimlach op haar gezicht. Zodra je haar arm streelde gingen de ogen open en lachte ze lief en af en toe zei ze dan zowaar wat, maar al snel sloot ze haar ogen weer. Was ze in een soort van dromenland? Was haar lichaam op? Gaf haar lichaam langzaam de geest en werd die warm ontvangen aan gene zijde? Wilde ze echt nog even wachten totdat al haar dierbaren bij haar langs geweest waren? Kan je dat echt zo regisseren? Het troost me hoe dan ook dat ze geen pijn heeft geleden, dat ze er vrede mee leek te hebben, sterker nog dat het leek alsof ze wilde gaan. Het troost me dat ik met mijn zusjes zo aan haar bed heb gezeten en dat ik met Petra en de dames haar nog heb uitgezwaaid. Haar glimlach voor altijd op mijn netvlies.


De wind is weg, ik voel me niet meer opgejaagd. Ver weg van het wereldnieuws en opgeklopte tv programma’s. Ik probeer de dag te plukken en neem de tijd voor kleine dagdagelijkse dingetjes, geniet van ons samenzijn. Uiteraard is dat vakantie eigen maar het lijkt nu een extra dimensie te krijgen. Neem nu par example het petit dejeuner.

Ik zet de fluitketel op terwijl Reina de flute ophaalt. Ik schep 8 koffielepeltjes hoogste kwaliteitskoffie in de cafetière. Als het het water kookt, zet ik het vuur uit en laat het afkoelen tot 83 graden. Niet makkelijk maar pas op, dat luistert nauw. Eén keer heeft Petra het gedaan met oprecht goede intentie, maar ja hoe zal ik het zeggen, dat was toch heel andere koffie. Dan schenk ik het water van 20 cm hoogte op de koffie en laat het 3 minuten trekken met deksel erop. Vervolgens mag Reina langzaam maar zeker de drab pressen.

Ondertussen heb ik de tafel gedekt letterlijk ook met een tafelkleed.

Ik snij de flute in niet al te dikke maar ook niet al te dunne tranches en beleg ze vooraleerst met een dun laagje licht gezouten boter opgewarmd in de ochtendzon zodat die lekker uitsmeert. Daarover gaat dan paté, jambon, brie, confiture of choco. Een bakje yoghurt met vers fruit staat klaar pour ma dame en glaasjes vruchtensap pour mes petite dames. We nemen de tijd om samen te ontbijten.

Natuurlijk sluiten we af met ouderwets gezellig samen afwassen en drogen.

Dit ritueel herhalen we rond lunchtijd. Zonder dat hele koffiegedoe, dat ruilen we in voor een goed gekoeld glaasje rosé.


Bootje varen

Na twee dagen loom campinglife is het tijd voor een uitstapje. Bootje varen op het Lac de la Raviège, een mooi rustig meer hogerop in de bergen, omzoomd door louter groen en hier en daar een strandje met steiger. Reina -thuis ook altijd al kapitein- is een geboren schipper, ze houdt ons prima op koers.

Er zijn van die momenten dat gelukzaligheid je overvalt. Met zijn vieren in dat kleine elektrische bootje, Petra en Moos op de voorplecht in de zon, ik achter naast de skipper, zelf het stuur uit handen gegeven, kabbelend over de golfjes omringd door de schoonheid van de natuur; this is how it feels when a good day comes along, hoor ik Jonathan Jeremiah zingen in mijn hoofd.

Maar zoals dat gaat met gelukzalige momenten, toch zeker in dit aardse leven, zijn die per definitie van korte duur.

Zo ook dit tochtje. Slechts een uurtje maar ik prees me gelukkig om met mijn dames nog hopelijk vele jaren door te kabbelen. Mijn zus dankte Ma in haar afscheidsrede dat wij mochten opgroeien in een liefdevol en stabiele gezinssituatie. Hier op dat kabbelende bootje dank ik Petra dat zij mij stabiliteit biedt om samen onze kinderen richting te geven.


La Salvetat-sur-Agout lag ietsje verderop op een heuvel boven de Agout te pronken in de zon.

Le petit tracteur tranquille, een brasserie annex museum, trok onze aandacht. De eigenaar stond net een antieke houten toiletstoel te lijmen, toen we verrast binnenstapten, "kijk gerust verder boven". Daar stond een bonte verzameling stoelen waaronder twee aan elkaar geschakelde vliegtuigstoelen uit een Caravelle, zo vertelde hij even later ook boven gearriveerd, het eerste verkeersvliegtuig met straalaandrijving dat in Frankrijk is ontwikkeld en gebouwd in de jaren zestig/zeventig. Een uitklapbaar tafeltje kwam vanuit de armleuning omhoog en natuurlijk een asbakje. Een tv uit begin jaren vijftig die het nog deed ook, kapperskrukken en haardrogers, gitaren, autootjes, projectoren en een fantastisch knalrood driedelig art deco bijzettafeltje. Niet te koop, zei hij. Ruilen voor één van de kinderen probeerden we nog, maar hij had al twee levensgrote kinderpoppen in de hoek staan.

Buiten op het terras aan een tracteur bestelden we lokaal bier en een vleesplank. Iets verderop stond een carrousel. Die konden de dames niet zomaar laten draaien. Niet veel later gingen twee te grote blondies in een vliegtuigje rond. Het derde blondje stond erbij, keek ernaar en ik, alleen aan mijn tracteur tranquille, zag de tijd vliegen. Net toen ik daar te sentimenteel over dreigde te worden, ontving ik een app van Ralph: “Hey Raffie, hoe gaat het? Ik hoop dat je beetje tot rust komt en lekker met je dames aan het genieten bent. Drinken snel weer een borreltje samen, topper.”

Niet alleen de timing maar ook zijn welbekende hartelijke toon, raakte me en ik toostte met mijn bier via de app op onze vriendschap.

Met het vlees achter de kiezen flaneerden we door het pittoreske dorpje. Le Forge had een leuk intiem en nog door niemand bezet terrasje buiten staan. Het menu aan de muur maakte melding van een menu d'enfants met frietjes dus namen we plaats. Een vriendelijke gastheer, zijn moeder in de keuken en heel vriendelijke prijzen. Langzaam schoven de veelal lokale bezoekers aan. Reina -of was het Sanne- wenste iedereen heel vrolijk "bonne appetit".

Op de weg terug, en het was me op de heenweg ook al opgevallen, stonden de nodige waarschuwingsborden "overstekende paarden". We hadden het dus kunnen verwachten maar hoe vaak gebeurt het nu dat je plots in een file belandt, weliswaar slechts 3 auto's maar toch, langzaam rijdend achter een kleine kudde paarden die los over de weg liepen. Een groepje begeleiders loodste de paarden gelukkig na een paar honderd meter vakkundig terug de wei in.

Roel en Amarens zaten na een middagje inpakken nog voor hun tent toen we de camping weer opreden. Onder een sterrenhemel en in gezelschap van een fijne fles rood en vele motjes babbelden we een laatste avond met onze nieuwe vrienden die de volgende ochtend koers zetten naar Zwitserland via een nachtje Lyon.



36 graden

Boet kwam tegen 9 uur Rosa uit bed halen, zoals hij dat bijna iedere dag de afgelopen week kwam doen. Voor Rosa, sowieso een notoire langslaper, kwam dat deze ochtend al helemaal te vroeg omdat we er allemaal gisteravond pas tegen 23 uur in lagen. Met tegenzin, lange broek, sokken en een vest kwam ze even later dan toch haar opwachting aan de ontbijttafel maken. De tegenzin begreep ik maar die kleding op deze nu al warme ochtend? Een boze blik kreeg ik als reactie.

Kiedes was ook mee. Reina had onze dagelijkse flute al gehaald en ik was net klaar met mijn ontbijtceremonie. De dames, heer en josje hadden echter weinig trek. Een klein stukje brood voordat ze op pad gingen. Kiedes had een bramenstruik ontdekt en die gingen ze nu met zijn allen bekijken.

Omdat het zo warm beloofde te worden stond Petra erop naar zee te gaan. Een bergmeer had míjn voorkeur maar "mijn Heuvellandmeisje met een hekel aan de zee" was blijkbaar door de Tramontana uit koers geblazen.

Aldus weer naar Sérignan Plage. Niet alvorens we afscheid hadden genomen van onze campingvrienden.

"Boet", vertrouwde Roel me toe, "wil nu ook een josje worden". Hoe anders dan als een ultieme blijk van een oprechte vriendschap kon ik dat interpreteren?

"Ga je Boet missen?" vroeg ik Roos/Moos dan ook in de auto.

"Nee", antwoordde onze wijsgeer na even denken tot mijn verrassing, "vrienden die ik pas kort ken ga ik niet missen".

Via de achteruitkijkspiegel zag ik haar ogen het tegendeel beweren.


Op het terras voor onze tent, gapend om half tien, de meiden nog weet ik waar, leek het me dat op een volgende vakantie wij eerder in bed zouden liggen dan de dames. Mijn gedachten dwaalden af naar de vakanties vroeger op de camping aan het Gardameer waar ik mijn eerste vlinders in de buik kreeg van Giovanna, hotel de botel werd op Rosana en mijn eerste slokken alcohol er met de pasta van die avond niet veel later weer uit kwamen. En waar ik ook pas het stapelbed in kroop als mijn ouders al sliepen. Stilletjes, althans dat dacht ik want ze hielden zich stil. Sweet memories.


Depart

Met haar broekzakken en armen vol vers gedolven stenen kwam Rosa ons terras opgestommeld.

"Voor Boet", zei ze. "Die ga ik hem zaterdag thuis met de post opsturen dan heeft ie ze maandag".

Terwijl Reina Babette en de paarden nog had, liep Rosa de hele verdere ochtend verloren rond. "Kunnen we niet ook naar Lyon?"

Wij waren al in inpak modus maar kwamen niet echt op gang vanwege Rosa’s gehang.

Hoe warmer het werd hoe moeilijker het werd om het zwembad te negeren. Het was er heerlijk rustig. We speelden keepertje met de bal en maakten mooie hoge totempalen in het water.

Ook op Borio liep het vakantieseizoen langzaam ten einde.

"Nog drie weekjes" zei Cora terwijl ze de rekening opmaakte, "en dan sta ik gewoon weer voor de klas".

De camping die ze nu al 17 jaar runnen tussen begin mei en begin september, inmiddels met hulp van hun vier kinderen, is eigenlijk slechts een bijzaak. Cora is na een stevige studie vorig jaar begonnen als lerares Engels op een middelbare school in het stadje. En Berend gaat in het najaar weer aan de slag met zijn houtbewerking.

We rekenen af en met een welgemeend Au revoir, tot over vier jaar, stapten we de volgende ochtend vroeg in onze auto.



Epiloog

De reis naar huis verliep voorspoedig en heerlijk rustig over, ondanks Waze en Google maps of toch juist dankzij, een paar onbekende wegen. Wat een verschil met de Duitse snelwegen die van Baustelles en bijbehorende files aan elkaar hangen.

In Noord-Frankrijk begon het te regenen en dat hield aan tot in Maastricht.

Thuis stond de kalender nog op 31 juli. Een plant met een lief briefje van de buurvrouw en condoleance kaarten op de tafel.

Reina zag het prentje van Oma en begon te huilen. Ik troostte haar, maar de tassen moesten nog naar boven gesleept en uitgepakt. Ze bleef snikken hoorde ik van boven. Ik liep weer naar beneden. Ze had het prentje van Opa er ook bij gepakt.

Terwijl Petra boven de bedden in orde maakte en Rosa onverstoorbaar op haar lang gemiste iPad tuurde, hingen Reina en ik tegen elkaar aan op de bank, keken naar de prentjes van Oma en Opa en gaven ons verdriet letterlijk een plaats.




135 weergaven5 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

In beweging

Wigge Wagge

bottom of page