Het dorpscafé
- Raf
- 4 jan
- 10 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 5 jan
In andere tijden was dit het dorpscafé. Café de la Place, want het lag aan het centrale pleintje waaromheen ook het stadhuis, de kerk, een schooltje, een winkeltje en nog een paar huizen lagen.
Als je een glaasje rood op had en in de luie fauteuil naast de haard neerzonk, zoals hij nu deed, zag je hoe de goegemeente zich verzamelde in de niet al te grote ruimte. De toog zal daar rechts gestaan hebben, met een paar lage lampen erboven, een rijk geschakeerde drankenkast erachter, een paar barkrukken ervoor. In de hoeken en voor de kleine ramen houten tafeltjes met bierviltjes en een asbak op een kleine pers. Een koperen kroonluchter en kleine lampenkapjes met gedempt licht aan de donkerbruin gelambriseerde muren. Bier en sigarettenreclames, een paar in neon, affiches die een kermis aankondigden. Misschien een jukebox of toch een piano?
Kijk, de pronte gastvrouw met schort in Bretonse streepmotief zet juist een paar ambachtelijk getapte Pelforths op de bar. En een Ricard met een glaasje water voor mijnheer de burgemeester. De preek van mijnheer pastoor wordt kort gememoreerd alvorens ook andere minder kerkelijke verhalen het café vullen. Gelach, geroddel, gevloek, het leven passeert de revue in een paar uurtjes op de late zondagochtend.
De zondagochtend hier en nu mist dat leven.
Het café is een vakantiehuis geworden. Aan de muren hangen nog een paar oude dorpsfoto’s maar ook ingelijste Jacobsschelpen en kleurrijke liefdevol gemaakte schilderijtjes van vogels, van het strand en de zee. Het plezier van het schilderen spat nog steeds van de doeken en houten panelen af. Ik vermoed dat ze gemaakt zijn door kleindochter Emeline toen ze hier nog woonde voordat haar ouders het huis ombouwden tot dit aangename vakantieverblijf.
Je zou er overigens ook permanent in kunnen wonen want het is ruim genoeg, met haar open keuken voorzien van alle gemakken, tv kamer, zithoek met haard, boven zelfs 4 slaapkamers, een zolder met wat fitness apparaten en een enorme heerlijke tuin op het zuidwesten.
Afgelopen zomer verbleven ze twee weken hier. De druifjes groeiden in de zon aan hun ranken, de witte Annabelles schudden zachtjes hun zware hoofden, het gras was vet groen omrand met geurende paarse lavendel en rode rozen. De BBQ rookte iedere avond, op het tafeltje ernaast onder de schaduw van de blauwe regen een koud biertje voor ontspanning en verkoeling. Reuzegarnalen, een steak, verse groenten van Marie’s kleine winkeltje annex traiteur hiernaast waar ook prima wijnen en kaasjes te krijgen waren uiteraard.
Nu, de laatste ochtend van datzelfde jaar was de tuin winters kaal, de lucht nat grijs. Hij zat hier alleen, in die verdomd fijne stoel naast de knisperende haard. Goed gevoerde, niet te harde niet te zachte kussens, bekleed met donkerrood warm textiel. Een stoel die met haar stevige poten ondersteunt terwijl je je hoofd te rusten legt en je je door haar brede leuningen laat omarmen.
Vrouw en kinderen bleven liever in Parijs. Hun stad, hun grote liefde. De stad met haar theaters, bioscopen, winkels, restaurants, nagelstudio’s, sportscholen en -clubs. Vriendinnen en social media. Ze hielden meer van de stad dan van hem. Althans zo kwam het op hem over in donkere momenten.
Prima trouwens dat ze er niet waren nu. Hij wilde rust. Een beetje aan zichzelf werken op de zolder, rennen over het strand, de golfjes af en toe uitdagend aantikkend. Wandelen in de duinen, inspiratie zoeken en dan schrijven, schrijven, schrijven.
Aan jezelf werken zo had hij geleerd tijdens zijn online yoga sessies op zijn studeerkamer, is ook de stilte opzoeken en in die stilte op zoek gaan naar je ziel, naar de zin van je leven. Leren leven vandaag zonder zorgen voor morgen. Als hij ‘s nachts piekerend over allerlei zaken, de slaap niet kon vinden, dan hielp de mantra “aujourd’hui” hem te focussen en vond hij zijn nachtrust. Zover was hij al.
Een verhaal schrijven, niet gestoord door dagdagelijkse zaken, in zijn eigen tempo. Uren breien met woorden of slechts een enkel zinnetje opzetten. ‘s Nachts als zich iets openbaart, lamp aan en noteren. Thuis zou zoiets ondenkbaar zijn. Daar werden hem zijn ademrechten zowat ontnomen bij het minste zuchtje. Bij de kleinste beweging kon hij een ellenboog krijgen en als er eens een snurkje aankondigde dat hij in een weldadig diepe slaap zakte, werd hij als een omelet omgeflipt.
Een heerlijke productieve rust. Na de overigens heerlijk drukke feestdagen, dat moet ook gezegd worden. Hij was aardig opgeschoten. Zowel fysiek als op papier. Tevreden over het voorlopig resultaat, had hij zichzelf een tweede glas Madiran ingeschonken. De Madiran die later vandaag zijn confit de canard zou vergezellen. De haard knisperde behaaglijk naast de stoel die hem weer uitnodigde. Voor de zekerheid legde hij nog een blok hout in de vlammetjes.
Hij nam een slok en zonk weg in haar warme schoot terwijl het geroezemoes uit andere tijden weer aanzwol. Hij zag en hoorde hoe de dorpsbewoners met vuur de gemeenteraadsvergaderingen nabesproken en elkaar voeden met hun verhalen uit hun rijke streekcultuur. Op deze laatste dag van het jaar werden gebeurtenissen en verhalen nog eens extra aangedikt, zo gaat dat met verhalen die een tijdje hebben liggen sudderen en nu met een paar glazen op genuttigd worden.
Zijn ouders, al kwamen ze niet van hier, waren er ook. Zijn vader, oud redacteur bij de krant daar aan het tafeltje bij het raam, samen met een paar ooms hartenjagend. Zijn moeder, verpleegster, zich ontfermend over een paar verloren vreemdelingen, die ze zojuist naar binnen geroepen had. Hij zag hoe de gastvrouw een paar glazen vulde en ze aanbood, van de zaak en hoe er vervolgens ook naar hun verhalen geluisterd werd.
Tekenend voor deze cultuur hier die stevig geworteld was maar die als riet meebewoog met de tijd. Een cultuur die door de eeuwen heen beïnvloed was door nieuwe inzichten, die bewezen tradities steeds een nieuw smaakje gunde. Dat was wel de humus van deze streek geworden en al kwam hij uit een andere streek, hij was gevoed door een gelijksoortige humus. Een vruchtbare bedding waarin mensen uiteindelijk één simpele leefregel respecteerden, alom bekend maar hier omgedoopt van een negatief perspectief naar een positief: doe wat je wil dat jou geschiedt, voor een ander.
Dat was waarschijnlijk ook de reden waarom zijn ouders hier opdoken.
Hij was tevreden en thuis.
Jammer dat zijn vrouw nog geen behoefte had aan zo’n thuis en de kinderen juist álles behalve thuis wilden zijn. Kinderen horen ook uit te vliegen, dat kon hij louter aanmoedigen. Zijn vrouw echter wenste hij wat meer samen thuis. En hier, waarom niet, waren er voldoende slaapkamers om elkaar een goede nachtrust te gunnen.
Maar zijn vrouw stond nog midden in het leven, bruiste van de energie en leefde op het ritme van de stad. Ook dat kon hij louter aanmoedigen al viel hem dat zwaar bij tijd en wijle. Niet dat hij uitgeblust was, in de verste verte niet maar daar aan de horizon zag hij wel een pensioen gloren. Een pensioen dat hem een toekomst voorschotelde waarin hem tijd gegund werd om veel te kunnen schrijven.
Zijn ouders stonden niet meer midden in dit leven, helaas. Hij miste ze nog steeds, al was het al een paar jaar geleden, maar langzamerhand had hij er vrede mee gevonden en kon hij stilletjes genieten van hun aanwezigheid hier vandaag.
Het werd langzamerhand wel erg stil vond hij, toen hij opstond omdat zijn onderbewuste hem tot de orde van de dag had geroepen en de gezelligheid in het café was uitgedoofd.
Hij had zijn ingeblikte canard en wijn, maar miste nog verse groente en een aardappeltje.
Op zijn huisslippers, want Marie’s winkeltje was naast de deur, ging hij naar buiten. Het was flink afgekoeld. Het natte grijs kreeg door de naderende avond een nog donkerder tint terwijl de koude noordenwind de eerste neerslag zowaar in dunne sneeuwvlokjes liet vliegen.
Bonsoir Marie, zei hij, wat eet ik bij mijn confit de canard?
Terwijl Marie hem van spruitjes en wortels voorzag, een aardappel erbij, best pureren, zag hij hoe buiten iemand de vuilnisbak inspecteerde.
Wie is die vreemdeling daar, vroeg hij, en wat doet die daar?
Marie antwoordde veelbetekenend, wie is hier de vreemdeling? Daar buiten dat is Moustafa, woont hier al een paar jaar met vrouw en zijn dochtertje in de opvang aan de rand van het dorp. Hij verzamelt lege flesjes en blikjes voor het statiegeld.
Bonsoir Moustafa, wilde hij zeggen, nadat hij had afgerekend maar hij gleed uit over het inmiddels met een ijzig laagje sneeuw bedekte afstapje en maakte een lelijke smak met zijn hoofd op het trottoir aan de voeten van Moustafa.
De arme Moustafa schrok maar schoot direct en geroutineerd in een BHV modus: blijft u liggen, niet bewegen, hoe gaat het met u? Kunt u mij horen? Mevrouw Marie belt u alstublieft 112! Mijnheer kunt u ogen openen?
Hij kwam langzaam weer bij.
Dank je, het gaat wel, mijn hemel, mijn hoofd en hij probeerde overeind te komen.
Rustig aan beste mijnheer, laat mij u helpen.
Moustafa liet hem even later voorzichtig de stoel in zakken.
De stoel omarmde hem en liet hem zachtjes zijn ogen sluiten en ja hoor, daar kwam het dorpscafé weer tot leven.
Deze keer echter leek hij uit zijn lichaam te zweven, hij zag zichzelf zitten, in de stoel, bleek en vermoeid. Aan het tafeltje naast hem zat zijn vader, verdiept in de krant. Hij schoof even aan. Hij zag Reina, een volwassen jonge dame, die de hele boel aanstuurde en dirigeerde.
De deur zwaaide open, de bel boven de deur rinkelde. Onder de bel hing aan de buitenkant van de deur een vrolijk geschilderd bordje: binnengaan is de bel vrolijk laten slaan. Zijn moeder, bezorgd kijkend, kwam binnen in verpleegstersuniform met Moustafa in een doktersjas samen met vrouw en dochtertje. Dochtertje vloog in de armen van Reina, die direct een pot thee en ranja liet aanrukken.
Hij vloog naar buiten de tuin in. Rosa, in professioneel Ajax tenue, leerde een klein jongetje dat warempel veel op hem zelf leek toen hij een jaar of 6, 7 was, voetbaltrucjes. Kijk pap riep ze en deed een vliegensvlugge perfecte panna hem lachend het nakijken gevend.
Over de poort heen de straat op. Marie stond achter in haar winkeltje annex traiteur de laatste bestellingen van dit jaar klaar te maken.
Nog hoger, hij zag het dorpje als vanuit een drone-shot, waar hier en daar al de lampjes aangingen en ergens een telefoon rinkelde.
De zee, prachtig! De golven riepen en wiegden een zeilboot waarop hij zijn zus en zwager herkende. Ze zwaaiden, streken het zeil en zochten de haven op.
Nog hoger, de andere kant op zag hij aan de horizon de verlichtte Eiffeltoren.
Hoger en hoger, voorbij de maan inmiddels in een serene rust al richting de sterren die magnetisch bleven knipogen en lonken.
Weer hoorde hij een telefoon en de geur van een kruidige bouillon deed hem zowaar beseffen dat hij trek had.
Mijn hemel, wat was hij hier aan het doen? Dit ging helemaal de verkeerde kant op.
Hij zwaaide naar de sterren, een andere keer, draaide en dook de wereld tegemoet, terug het dorpje weer in waar de avond was ingetreden.
Dikke sneeuwvlokken vlogen door de lucht. Daar kwam zijn vrouw met een groepje mensen juist de school uit. Hoofden verpakt in warme sjaals. De Franse taalles zat erop en hij hoorde hoe haar studenten op hun beurt haar Arabische woordjes leren. Ze straalde, de sneeuw ontdooide op haar wangen en al pratend en lachend staken ze de straat over richting het café, waar, zo zag hij nu, een veelkleurig geschilderd uithangbord boven de deur hing: Chez Reina.
Achter hun aan vloog hij het café weer in. De bel rinkelde en verhip er klonk muziek. Zijn vader op de klarinet, Reina op de sax en zijn zus op trompet. Oh when the saints…
Achter de tap in de bijkeuken stond oma in een pan soep te roeren. Vergeet de vermicelli niet, oma, hoorde hij Reina roepen.
Zijn moeder zag hem en beende naar hem toe. Ze leek opgelucht en sprak hem rustig maar gedecideerd toe: waar dacht jij heen te gaan? Terug je stoel in, je bent nog veel te jong!
Hij keek naar zichzelf, nog steeds half zittend, half liggend in de fauteuil, minder vermoeid, een blos op zijn wangen en een tevreden glimlach om zijn lippen.
Hij liet zich zakken en zonk weer terug in zijn warme lichaam.
Voelt u zich al wat beter, vroeg Moustafa, die in de stoel naast hem zat en zag dat hij zijn ogen opende.
U heeft goed en rustig geslapen. Ik heb hier naast u gezeten en gemonitord. De alarmcentrale liet weten dat het erg druk was deze oudejaarsavond. Ik heb ze verzekerd dat ik op u zou letten. Ik was arts in mijn geboorteland moet u weten.
Ook was ik zo vrij om toen de telefoon voor de tweede keer overging, aan te nemen, uw vrouw, ze wilden u verrassen maar hebben door de sneeuwval de nodige vertraging opgelopen. Ik heb verteld wat er gebeurd was en haar gerustgesteld. Ze zullen er zo zijn vermoed ik. Tot die tijd blijf ik bij u.
Nee, antwoordde hij, langzaam weer bij zijn positieven komend en verheugd over het feit dat zijn geliefdes er aan kwamen, u blijft, ook als ze er zijn. Sterker nog, zij halen dadelijk uw vrouw en dochtertje en u eet allemaal met ons mee. Daar sta ik op.
Met plezier, maar dan zult u toch eerst wat moeten aansterken, zei Moustafa en liep naar de keuken waar een pannetje bouillon, dat Marie zojuist gebracht had, op het fornuis zachtjes stond te pruttelen. Hij schonk hem een kommetje in, met vermicelli.
Papa!! Daar kwamen ze binnengestormd. Ze vlogen hem om de nek. Voorzichtig dames zei Moustafa, jullie vader is lelijk op zijn hoofd gevallen, hij moet rustig aan doen maar het komt allemaal wel goed.
Inshallah, knipoogde zijn vrouw. Inshallah bevestigde Moustafa verrast. Ik ben geen dametje zei Rosa.
Mannetje mannetje, hoe gaat het, terwijl zijn vrouw hem voorzichtig kuste en diep in zijn ogen keek. Je oogt voldaan alsof je een mooi verhaal geschreven hebt.
Toen ze even later ook Moustafa's vrouw en dochtertje hadden opgehaald kwam Marie binnengewipt. Een grote pan canard in haar handen. Ik dacht dat jullie wel trek zouden hebben en ik heb meer dan genoeg, door de sneeuwstorm konden verschillende mensen hun bestellingen niet meer op te halen.
Kom Rosa, wij dekken de tafel, voor acht, zei Reina resoluut, en madam Marie op hoeveel graden moet de oven?
Aan tafel opende hij een nieuwe fles Madiran en vulde de glazen. Hij toastte op het leven waarin je moet leren waarderen waarom bepaalde dingen voor jou gebeuren in plaats van je af te vragen waarom dat nou net jou weer moet overkomen.
En op het nieuwe jaar, maar dat komt morgen, eerst aujourd’hui, hier in het dorpscafé.
Salut!



Opmerkingen