De tand des tijds
- Raf
- 15 uur geleden
- 3 minuten om te lezen

Na zes en een half jaar lijkt die dan eindelijk in te dalen. Als een roldeur die heel langzaam naar beneden komt.
Door een lelijke val op de betonnen rand van een zwembad raakte ze haar "links voor boventand" kwijt toen ze 3,5 was. Omdat het een zondag was moesten we 40 kilometer rijden naar een dienstdoende tandarts. Huilend en bloedend, in de zwembroek. Geluk bij het ongeluk was dat de tand niet gebroken was en met de hele wortel eruit, we hadden hem meegenomen, waardoor er geen ontstekingsgevaar bestond. Het zou goed komen, al ging het wel even duren omdat het kraakbeen in haar bovenkaak de boel weer zou afsluiten, zodat de nieuwe tand zich daar weer doorheen moest vechten, aldus de tandarts destijds.
Wat waren we geschrokken, ze was sowieso laat met de tandjes, ze had deze net pas, het was zo zielig, wat hebben we eraan moeten wennen en wat hebben we haar vertroeteld.
Inmiddels kent iedereen Rosa niet anders dan met dat gat in haar mond. Het werd haar visitekaartje, gaf haar een stoer imago, passend bij het voetballen en muay thai boxen.Ā
Rosa zweeft op het jongen-meisje spectrum, met een stevige voorkeur vooralsnog voor de jongen, al wilt ze zichzelf echt geen jongen noemen. En dat mogen wij ook niet. Ook zeker geen meisje! Als ik roep "kom op dames, we moeten gaan", geeft ze me de blik.Ā
Onlangs betrapte ik me er op dat ik haar helemaal niet meer zie als jongen of meisje, dat ik er helemaal niet meer mee bezig ben. In de woorden van Reina: boeie!
Blijkbaar ben ik meegegroeid.
Rosa is Rosa. Ik zie dat korte blonde koppie, dat gat in haar mond, een hoody, spijkerbroek en sneakers. Ik zie haar iedere zaterdag passeren, steekpassen, scoren af en toe maar bovenal strijden en niemand in het veld of aan de rand daarvan, die het wat boeit of ze ƩƩn of ander is. Ik zie haar push-ups doen en sparren in de sportschool met grotere jongens waartegen ze echt haar mannetje staat. Ik zie een kind, bedachtzaam, bijdehand, sterk, niet bang, onderzoekend, altijd in haar eigen relaxte tempo, slordig, lief, creatief, mopperend, dwars, grappig.
En vergeef me, ik zeg ze/haar, maar lees gerust hij/hem of die onzijdige term al vind ik die helemaal niks. Ik beschouw het als een voorrecht om een jong iemand onbelast onze hokjesgrenzen te zien doorbreken en zichzelf te blijven.
Toch, nu die tand begint in te dalen, nu de laatste restjes kind er uit groeien, nu begin ik me zorgen te maken. Soms als ze hier aan de ontbijttafel naast me zit, in gedachten verzonken spelend met haar sneetje brood, als ik haar in dār uppie op de bank zie zitten gamen of als ik haar in bed gestopt heb, vraag ik me af wat er in dat koppie omgaat. Ze praat er zelf niet graag over. Ze is wie ze is, zegt ze, maar ergens begint er toch iets in te dalen. Ergens begint ze mogelijke consequenties te onderkennen, ergens voelt ze en merkt ze dat vriendjes niet zo vaak meer komen spelen. Boys will be boys.
Of is dat louter mijn interpretatie? Mijn onrust, angst? Zit ik zelf niet toch vast in die hokjes?
Misschien maakt ze zich zorgen over mij? Die ouwe van haar, opgegroeid in een andere eeuw, doet zijn best maar kan het ook niet helemaal bijbenen.
Die ouwe heeft inderdaad alle moeite met het zeer natuurlijke gegeven dat kinderen afstand nemen van hun ouders. Vanaf hun geboorte al, maar nu met het indalen van die tand, lijkt die afstand plots echt te groeien. Rosa bouwt een eigen leven op waarin ze lang niet alles met mij zal delen. Dat stemt me droevig.
In mijn hoofd hoor ik plots het Simplistisch Verbond: Zoek jezelf broeders, vind jezelf, wees en blijf alleen jezelf... zoek jezelf zusters, vind jezelf, wees en blijf alleen jezelf...
Zo hoort het natuurlijk. Hoop en trots vervullen me, want het is een eigengereid prachtmensje aan het worden.
En ik, die ouwe, moet me niet zoveel zorgen maken, gewoon blij zijn dat ik het van een afstandje mag meebeleven.
In de stiekeme verwachting trouwens dat ze vast nog een keer op haar bek zal gaan.


Opmerkingen