top of page
Zoeken
  • Raf

C'est la vie, dans les Cevennes

Regen!

En dan niet de regen zoals we die kennen van de eerste vier maanden van dit natte 2024: grijze 70% neerslagkans-dagen waar je met behulp van de buienradar prima je droge tijdslots kan kiezen. Nee, deze regen kwam met bakken uit de hemel sinds we aankwamen rond 15.00 uur onafgebroken de hele rest van de dag.

Het was al eerder begonnen, zodra we de Autoroute du Soleil verlieten. Was het nog droog op die driebaans A7, op de tweebaans A9 richting Barcelona begon het te druppelen. Op de eenbaans provinciale weg vanaf Nimes omhoog de Cevennen in gingen een paar sluizen open. En vanaf de nog smallere lokale weg, zo'n weg waarop je hoopt geen tegenligger tegen te komen, de berg op naar Saint Martial ging het echt los. Er leek een causaal verband te zijn tussen de breedte van de weg en de hoeveelheid regen die er neer kwam. Het lange smalle geitenpaadje naar beneden naar ons vakantiehuis was veranderd in een bergbeek. Ik prees me gelukkig met onze nieuwe banden.

Waar onze gastvrouw er hoopvol van uitging dat het om half zes droog zou worden, bleef de buienradar aangeven dat er de hele rest van de middag en avond continu bakken geleegd zouden worden.

Gelukkig hadden we een bak pasta van thuis meegenomen en een fles wijn. En ja ik weet dat het laatste gelijk is aan water naar de zee dragen maar het was 1 mei, Dag van de Arbeid waarop in heel Frankrijk alle arbeid serieus een dag wordt stopgezet. Geen bypasses voor supermarkten of anderen zoals wij in Nederland dat weer zouden verzinnen, nee, heel Frankrijk genoot van een dagje rust. Daarom was het kalm op de weg en waren echt alle winkels gesloten.

Onze gite is een vierhonderd jaar oude geitenstal die Pascale, onze gastvrouw met wijlen haar man heeft omgebouwd tot een aardig en ruim vakantiehuis met een leef- en slaapgedeelte. Vorig jaar zomer zouden we hier verblijven in de glampingtent ietsje hoger op het terrein, maar die moesten we toen dus last minute annuleren. Pascale stelde voor om in het voorjaar te komen maar dan in de gite in plaats van de tent. Voorjaar in de Cevennen, hoe zuidelijk ook, betekent nog geen zomerse temperaturen.

Zelf woonde ze naast onze gite. Ze had voldoende hout gesprokkeld en de kachel zelfs al aangestoken voordat we aankwamen. Het zwembad was gevuld maar liep inmiddels over door de vele regen. In onze tuin, omgeven door olijfbomen, een klimrek, een schommel, een lange houten tafel met twee lange banken en ligstoelen om het groene uitzicht te genieten. Een hond, twee kippen, drie katten en vier geiten completeerden het plaatje.

Verder niets of niemand in de nabije omgeving. Dichtstbijzijnde teken van leven was het kerkhof, als je dat zo kunt noemen, een kilometertje verderop de bergflank.

Mens erger je niet, een boek en we sliepen vroeg, doodmoe, om 03.30 uur opgestaan vanochtend en een hele dag in de auto.

Onze nachtrust werd slechts onderbroken door Reina die slaapwandelend haar bed kwijt was en meende haar draai te moeten vinden op mijn weekendtas die aan het voeteneind van ons bed stond en door Rosa die een uurtje later een los tandje aan de Franse tanden fee wilde meegeven.


Grijs.

Heel veel tinten grijs, behalve dat hele donkergrijze waaruit het regent. De bakken leken geleegd.

Le coq sportif stond voor ons raam naar binnen te koekeloeren. Nieuwsgierig natuurlijk. Of Kotch Kotch, want zo heette ze (Frans voor Tok Tok, denk ik), zocht haar maatje. Pascale vertelde even later dat ze veren gevonden had en vermoedde dat de andere kip gegrepen was door een vos: C’est la vie, zei ze.

Neehee pap, ik wil niet wandelen. Entree Jainy, de hond. Oh leuk pap, wandelen met Jainy. Ik blijf dat toch vreemd vinden. Waarom vinden kinderen, onze kinderen toch zeker, wandelen niet leuk, terwijl wij niets liever doen, maar zodra er een hond is, staan ze in de startblokken. Tuurlijk snap ik wel dat zo’n lieve lobbes een hoog aai- en knuffelgehalte heeft maar om te wandelen heb je toch geen katalysator nodig? Waarom zetten ze zonder hond geen stap en mét lopen ze zonder klagen of steunen een paar uur berg op berg af.

Jainy stond te popelen. We hadden Komoot, er waren zelfs ouderwetse wegwijzers en we hadden Jainy. We hoefden hem maar te volgen. En dat deden we. We waren nog niet goed en wel het domaine af of we stuitten op een door de vele regen buiten zijn oevertjes getreden bergbeek. Meer dan enkeldiep en te breed om overheen te springen, voor ons. Jainy snapte niet waar het wachten op was, al kwispelend aan de overkant. Eén paar grote keien en een houten plank hielpen ons uiteindelijk over, al konden we niet verhinderen dat we alle vier toch al natte voeten hadden voordat we goed en wel aan de wandeling moesten beginnen.

De Cevennebossen zijn dan weer dicht begroeid en dan weer open om zicht te bieden op dezelfde bossen en op de vele bergen om ons heen. Hier en daar een klein dorpje of een afgelegen gite. De paden gaan op of af, nooit vlak en we staken vele watervalletjes over. Er werd geen moment gezeurd. Jainy stal al onze harten door trouw voorop te lopen, steevast iedere paar meter omkijkend of we nog volgden en na twee uur doorstappen waren we terug bij de gite. Jainy legde zich te ruste en wij genoten de lunch.



Saint Martial, ons dorpje, telt 190 inwoners, 2 restaurants maar geen enkele bakker, slager laat staan een supermarkt. Daarom, en om de omgeving te verkennen, reden we die middag een dik half uur door de bergen naar Vigal. Een pittoresk plaatsje met meer inwoners en een enorme Super U. We wandelden de parkeerplaats af en passeerden een zwerver zittend op het trottoir. Pap heb je geld, vroeg Rosa. Maar de tijd dat ik cash geld op zak heb is allang voorbij. Even later ontdekte Rosa twee euro in haar broekzak. De Tandenfee? Pap kijk, dit had ik kunnen geven. Bewaar het maar lieverd, als we terug lopen naar de auto en hij is er nog, geef je het dan. Beetje rondgewandeld, cafeetje in en toen we onze glazen leeg hadden en afgerekend zagen we de zwerver aan een tafeltje een kopje koffie drinken, een beetje kleingeld voor hem op tafel. Ik durf niet pap zei Rosa en toch deed ze het. Ze legde de twee euromunt erbij op tafel. De man keek haar verbaasd aan. C’est quoi? Pourquoi, pas de besoin. Petra zei dat Rosa graag zijn koffie wilde betalen. Zijn ogen werden groot als het schoteltje van koffiekopje, zijn verweerde gezicht ontdooide en hij bedankte haar allerhartelijkst. Klein geld, groots gebaar.



Zon!

Die hele Autoroute du Soleil dus toch niet voor niks afgereden. En inmiddels regent het weer in Maastricht, waar het de dag van ons vertrek 26 graden was; de weerorde is hersteld.

Allez, vers Ganges. Daar is het vanochtend markt.

Een drukte van jewelste maar dan zonder de hordes Hollandse toeristen. In een zijstraatje speelde een bandje lazy jazz. Zanger, met wasbordje, een trompet en twee saxofoons. Gefascineerd stond Reina te kijken luisteren en haar zakken doorspittend naar 2 euro. Helaas.

Weg van de drukte stuitten we op een mooi ovalen pleintje geflankeerd door hoge huizen met kleurige luiken. Midden op het plein een plastic terrasje behorend bij een klein zaakje waar vanmiddag chili sin carne voor 4 euro op het menu stond. Wij hielden het bij een koffie en zelfgemaakte appelsap. Aan de ene kant van het plein onder een grote oude plataan een gedekt terrasje van een restaurantje "ici on cuisine comme chez mamie", dat niet veel later vol zat. De andere iets donkerdere punt van het ovaal leende zich prima voor schimmige praktijken. Er werd een beetje gehusseld en gedealed, zonder verder iemand tot last te zijn. Iedereen op het hele plein leek elkaar te kennen en groette elkaar. Rafelrandjes moet je niet wegpoetsen, gewoon omarmen; C’est la vie.



Sluierbewolking.

Allez, wandelen met een ezel. Als in de Cevennen is dat wat je doet. Alouette heette ze. Een coole relaxte betrouwbare lieverd, met reeds de nodige kilometers op de teller. Na een korte gebruiksaanwijzing, die voor ons paarden meisje overbodig was maar voor ons stadsmensen meer dan welkom, en een toelichting op de routekaart, nam Reina Alouette stevig bij de teugels en ging het 1,5 km bergopwaarts. Onze tassen hingen aan het zadel zodat ik vrij was van bagage. Het duurde even maar toen had ieder van ons zijn/haar rol gevonden. Rosa was de scout, liep meters voor ons uit naar boven, lichtvoetig huppelend. Ik, met stok, was de intermediair tussen Rosa en Reina met Alouette. Als een echte ezelfluisteraar moedigde zij onze vriendin aan om niet te veel te eten en vooral door te stappen. Petra sloot de rij, allez hop hop, af en toe een zetje als de geoefend ezeldrijver die ze na bijna 2 jaar huwelijk is, als Alouette te lang bleef grazen. Ondertussen natuurlijk druk fotograferend.

Het blijft me verbazen hoe Reina met dieren kan omgaan. ook nu met Alouette. Ze is echt goed. Ze leidt, ze stuurt, ze praat continue, ze is lief, geeft klopjes. Alleen de naam kon ze maar niet onthouden. Rosa verzon een ezelsbruggetje (jaja): de naam van je meester (Lou), de naam van de papa van Ea (Ed) en dan zet je de eerste letter van het alfabet waar die hoort, aan het begin. Voila!

De route was geen meter vlak, het uitzicht vanaf de bergkam veranderde achter iedere bocht, maar waar je ook keek: bergen en bossen. Geen mens of ook maar een spoortje van menselijke inmenging in de natuur die na een lange winter tot leven kwam.

Rond lunchtijd vonden we een mooi plekje uit de wind. We zadelden Alouette af, legden haar vast aan een boompje en lieten haar grazen. De broodjes smaakten zelden zo lekker. Waarom zeggen mensen dat ezels dom zei, vroeg Rosa. Alouette is superslim, vindt altijd eten, zoekt de beste route om te lopen, is niet bang en zo lief. Mensen zijn dom.

Ze besloot dat ze nu ook wel op Alouette durfde. Wij namen de rugzakken en tilden Roos op Alouette. Ze overwon al snel haar angst.

Misschien is dat wel de diepere motivatie waarom ze graag een dier meenemen om te wandelen: verzorgen, angsten overwinnen, creativiteit prikkelen, één worden met de natuur.

10 kilometer en 570 hoogtemeters verder en 5,5 uur later waren we weer terug.

Een volgende keer gaan we meerdere dagen, een trektocht van gite naar gite, met Alouette, die afspraak staat.



Voor het diner hadden we gereserveerd bij Lou Regalou, één van de twee restaurantjes in Saint Martial. We stapten binnen en werden vanachter het buffet direct welkom geheten door Oma. Met haar twee vuisten steunend op dat buffet, voorover gehangen, een olijk rond hoofd met bolle wangen en grote ogen: Olala! Bienvenu! Wie hebben we daar? Wat een lekkertjes, en nog veel meer dat ik niet meer kon verstaan, tegen Reina en Rosa. Ik dacht even dadelijk gaan ze nog het hok in, vetmesten en dan voila, uw foie gras, maar Oma was oprecht verrukt over die twee blonde gelijkende kopjes.

Voor het eerst dat we aan tafel zaten met zijn vieren. Doen we wel vaker natuurlijk, maar deze keer zaten we ook echt sámen aan tafel. Drie gangen lang praatten en lachten we en genoten we alle vier van de werkelijk haute cuisine.

Ook dat blijft me verbazen, en ik weet echt wel dat de Fransen trots zijn op hun keuken, in welhaast ieder Frans gehucht is een goed restaurant te vinden. Waar ze traditioneel werken met lokale producten die ze vervolgens in een kunstig tableau op het bord presenteren. Kwaliteitswijnen op de kaart en artisanaal lokaal bier. Dit, Lou Regalou was ook zo’n pareltje. Alle tafels, negen, waren bezet, heerlijk Frans geroezemoes zonder storende achtergrond muzak.

Waarom vind je wandelen met dieren zo leuk en zonder zo saai, vroegen we Reina. Ze dacht erover na en concludeerde uiteindelijk dat ze dan wat te doen heeft. Misschien is dat het wel. Wandelen is niets bijzonders voor kinderen, dat doe je gewoon en is saai, maar het wordt anders als je iets te doen hebt tijdens het wandelen. Kinderen moeten iets te doen hebben, wij ouderen gaan juist wandelen om even niets te doen hebben. Voor kinderen kan de tijd niet snel genoeg gaan, voor ouderen vliegt de tijd maar tijdens een wandeling schakel je terug en geniet je van iedere moment stap voor stap.

We hielden zelfs twee 4 mei minuten stilte. De Madame had er alle begrip en respect voor en maakte de fles wijn stilletjes open. Reina dacht aan oma B en Rosa aan Juubke, de overleden kat van de buren en alle stomme oorlogen.


Blauw.

Maar eerst boodschappen doen in Ganges, waar de dichtstbijzijnde Supermarkt is. Nou ja dichtbij zijnde? 20 Kilometer verderop, al met al 2,5 uur onderweg geweest. Smalle kronkelige prachtige weggetjes, harder dan 50 is voor mij als onbekende op dit bochtencircuit uit den boze. De Super U is daarentegen supergroot met brede gangpaden waar alle producten in een voor ons niet helemaal logische volgorde worden aangeboden. En heb je uiteindelijk alles wat je nodig hebt, zelf scannen en afrekenen mag alleen bij kleine boodschappen. Met onze volle winkelkar moesten we dus aansluiten in een ouderwets lange rij.

In Sumene, halverwege de terugweg, stond vandaag een autorally op het programma. Het was er druk en overal stonden sportwagens in alle formaten en kleuren. Ook de lokale Porscheclub maakte met gepoetste en gewaxte bolides haar opwachting. We stonden te wachten voor een geïmproviseerd stoplichtje, met zo’n afteller van 3 minuten, voor een smalle eenrichtings deviation toen we het geloei van de toeren hoorden. Vanuit de pits vermoedde ik, kwamen twee formule 1 gelijkende wagens langs, iets kleiner maar even gestroomlijnd, die ons langzaam passeerden, even moesten afremmen voor een verkeersdrempel, maar daarna vol gas gaven. Het gebrul bleef je horen toen ze bocht om verdwenen en het stratenparcours op gasten.

De zondagmiddag brachten we door aan de buitentafel lunchend, aan het zwembad, het afdekzeil er nog steeds op, lezend, schrijvend en voorzichtig pootje badend en toen was het alweer tijd voor de borrel: C'est la vie.



Terug naar grijs.

Egaal grijs, maandagse miezerregen bij het openen van de gordijnen. Tijdens het ontbijt werd er weer gehoosd. Perfect weer om een grot in te duiken.

Er was ooit een herdertje Kleine Jean, die een lammetje kwijt was geraakt. Hij ging op zoek en hoorde bij de ingang van een donkere grot, geblaat vanuit de diepte. Doodsbang was hij voor die donkere grot. Maar het lammetje was hem lief. Hij overwon zijn angst en daalde voorzichtig stap voor stap af het donker in. Plots gleed hij uit en viel de oneindige diepte in.  Toen hij weer bijkwam dacht hij dat hij een onderaards paleis was. Een grote zaal met duizenden glinsterende kolommen waaromheen wolken van gracieuze elfjes dansten. Hij viel flauw van zoveel schoonheid. Hij kwam weer bij op de bergflank tussen zijn kudde met het lammetje in zijn armen.

De grot was werkelijk indrukwekkend, met een eetzaal, een muziekzaal en een heuse kathedraal waar de hele Notre Dame van Parijs makkelijk inpaste. Mocht je daar onder het stalactieten-orgel de  jaarlijkse mis op kerstavond meebeleven dan ga je waarlijk geloven in sprookjes.

In vogelvlucht vanaf de ingang van de grot is het 30 kilometer tot aan de Méditerranée. En warempel er piepte steeds meer blauw door het grijs. Aangekomen bij de gite waren er slechts nog een paar kleine schaapjes tegen een blauwe achtergrond. Als we onze ogen sloten op onze ligstoelen aan de rand van het zwembad voelde je ze af en toe voor de zon langs trekken. In onze oren de zacht ruisende wind door de bomen, de kletterende beek en vrolijk kwetterende vogeltjes. En een ontzettend irritant stuiterende bal ook al had ik Moos al weer drie keer gevraagd daarmee te stoppen.


Grijs, wit en blauw.

In die volgorde. Al voorspelt de weerapp blauw later vandaag als winnaar.

Laten we dus daarop vooruitlopen door te gaan wandelen. Zonder dier. Naar een watervalletje een dik uur verderop de bergen in.

Het water was ijskoud uiteraard en er was een stevige strijd gaande tussen blauw en wit. Reina etaleerde haar evenwichtskunsten op brede boomtakken die her en der over het beekje waren gelegd of gevallen, terwijl we een picknick genoten.

Grijs leek het loodje te hebben gelegd maar kwam sterk terug net toen we plaatsnamen in de ligstoelen op ons terrasje aan het zwembad. Patricia Badmuts en BromoBrobbey9 speelden "de Bedieners" en kwamen op met een paar biertjes, fromage, bakjes chips.

Totdat grijs het zo bont maakte waardoor we naar onze stal verhuisden waar Petra een serieus goed vuur aan het branden kreeg. Het Diploma Brand Meester 2024 heeft ze dan ook meer dan terecht ontvangen. Ik mocht het doen met Diploma Bad Meester.



Blauw.

Met naar onze smaak teveel stroken wit. Onze laatste dag hier, een extra dag omdat we toch nog vrij hebben morgen, Hemelvaarts-donderdag, en het vandaag beloofde dan eindelijk echt warm te worden. Een dagje hangen rondom het zwembad is altijd een mooie afsluiting van een vakantie. De restjes kaas en wijn opmaken, lezen, de route terug al eens bekijken, misschien een baantje zwemmen. Met 16 graden watertemperatuur niet vanzelfsprekend.

Daarvóór nog een laatste wandeling met Jainy. Reina paste, ze vond het wel genoeg geweest deze week. Rosa had nog wel wat in de tank.

De route waar we mee begonnen waren vorige week wandelden we in omgekeerde richting. Dat biedt toch nieuwe perspectieven en doorkijkjes.

Morgen de Autoroute du Soleil in omgekeerde richting. Het schijnt 26 graden te worden morgen in Maastricht, dus hoezo omgekeerd? C'est la changement climatique.


Blauw.

Strak blauw. Geen wolkje aan de hemel. Doet dan toch een beetje pijn.

We namen afscheid van Pascale en Jainy. Om 08.10 uur vertrokken we.

Vanwege Hemelvaart was het net als op onze heenweg lekker rustig op de weg.

Een uurtje onderweg bericht van Pascale: ook Kotch Kotch is gegrepen door de vos. Ze was verdrietig maar, zo appte ze: C’est la vie…


Kotch Kotch - RIP

24 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Ontbijt

Onderweg

Comments


bottom of page